“Maar mijn buurvrouw liep na twee weken al zonder krukken…”
Dat horen we vaker. Iedereen kent wel iemand die “heel snel weer op de been was” na een knie- of heupoperatie. Het is begrijpelijk dat dit vragen oproept: moet ik dan ook sneller afbouwen? Toch adviseren wij om niet te veel te vergelijken — en zeker niet je eigen hersteltempo te baseren op andermans ervaring.
Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat het biologische herstel van bot en bindweefsel gemiddeld minimaal zes weken duurt (Uhthoff & Jaworski, 2007). Zelfs als het lopen zonder krukken al lijkt te lukken, wil dat nog niet zeggen dat het binnenwerk ook volledig hersteld is. Een prothese heeft tijd nodig om stevig in te groeien in het bot. Te vroege belasting kan dit proces verstoren en zelfs leiden tot complicaties zoals microbewegingen rond het implantaat en loslating (Pilliar et al., 1986).
Wat je buurvrouw doet, is dus niet per definitie wat goed is voor jóuw knie of heup. Een veilig en duurzaam herstel vraagt om maatwerk, rust én beweging op het juiste moment. Daarom hanteren wij het principe: liever iets rustiger aan, dan te snel – en achteraf spijt.
De eerste 6 weken: een cruciale periode
De eerste zes weken na de operatie vallen samen met de proliferatiefase van het weefselherstel. In deze fase ruimen ontstekingscellen beschadigd weefsel op, worden nieuwe bloedvaatjes gevormd en start de opbouw van bindweefsel. Overbelasting in deze fase – bijvoorbeeld door te vroeg zonder krukken te lopen – kan het herstel verstoren en zorgen voor littekenvorming, langdurige zwelling of zelfs vertraagde integratie van de prothese (Wagner et al., 2017).